Coachmethodes

Hoofdstromen van Coaching

Coach

 

In het boek Coachen met collega’s worden vier hoofdstromen van coaching gedefinieerd:

Analytische coaching – van binnenuit proberen te begrijpen
Directieve coaching – van buitenaf proberen te verbeteren
Counselende coaching – de focus naar binnen proberen te verplaatsen
Paradoxale coaching – van buitenaf proberen te verontrusten, te verrassen of te  manipuleren

Deze hoofdstromen wat verder uitgewerkt:

Analytische coaching

Van binnenuit proberen te begrijpen.
Toepassing:  Breed toepasbaar, vooral bij gelaagde en emotionele vraagstellingen
Werkwijze:   Samen streven naar toenemend inzicht in de problematiek van de coachee. Gewerkt wordt met innerlijke conflicten binnen de coachee en de defensies en weerstanden die daarvan het gevolg zijn. Het doel is om defensies en weerstanden te overwinnen, zodat inzicht verkregen kan worden in tot dan toe minder zichtbare factoren.

Het is de meest geschikte benadering en zorgvuldig waar het gaat om het in kaart brengen van de vraagstelling en is een krachtige manier in het expliciet bespreken van de interactie tussen coach en coachee. Het lijkt de meest grondige aanpak van coaching, waarbij coach en coachee pas naar mogelijke acties kijken als de huidige vraagstelling uitputtend in kaart is gebracht.

Directieve coaching

Van buitenaf proberen te verbeteren.
Twee methoden:

1. GROW-methode

Toepassing:  Breed toepasbaar, ook bij korte, concrete vragen
Werkwijze:   Stapsgewijze opzet; Eerst het doel van het gesprek helder maken (G), vervolgens de realiteit toetsen (R), dan de opties verkennen (O) en tenslotte het geleerde concreet maken (W)

2. Oplossingsgerichte methode

Toepassing:  Breed toepasbaar, vooral bij praktische vragen
Werkwijze:   Positief coachen. Voortbouwen op wat bleek te werken, in plaats van andere oplossingen voor het probleem aandragen. Hierbij benadrukt de coach de competenties van de coachee en geeft complimenten. De coach vraagt naar voorbeelden van situaties waar de coachee het probleem niet ondervond (uitzonderingen). Verder vraagt de coach naar gedrag van de coachee dat daartoe bijdroeg (successen).

Directieve benaderingen boeken vooral succes bij depressies en fobieën. Cliënten gaan weer meer in de toekomst geloven en werken systematisch aan andere, beter werkende aanpakken.

Counselende coaching

De focus naar binnen proberen te verplaatsen
Toepassing:  Breed toepasbaar, vooral in een langer durende coachingsrelatie
Werkwijze:
1. De coachee staat zo veel mogelijk centraal
2. Gewerkt wordt vanuit het perspectief van de coachee en in het tempo van de coachee
3. Coachee ontwikkelt zich zo autonoom mogelijk

Deze methode is een behulpzaam fundament voor elke coaching. Open staan voor de persoon van de coachee is van grote waarde in elke coaching.  De methode is vooral geschikt wanneer sprake is van tekort schietend zelfvertrouwen en subassertiviteit, want in deze methode is eigenlijk voortdurend aandacht voor de coachee; hoe zij zich op dit moment voelt en hoe zij zelf tegen haar problemen aankijkt.

Paradoxale coaching

Van buitenaf proberen te verontrusten, te verrassen of te manipuleren
Twee methoden:

1. Ironisch

Toepassing:  Breed toepasbaar
Werkwijze:   De coach geeft een advies, maar daarbij ook de suggestie van een ander advies of betwijfelt het eigen advies

2. Provocatief

Toepassing:  Wordt ingezet bij dubbelzinnige, intern tegenstrijdige vragen aan de coach
Werkwijze:   De coach lokt bewust weerstanden uit en frustreert het proces van de coachee. Voorbeelden van technieken zijn: Weerstand uitlokken door overdrijving van de problematiek. Het maken van grappen, vertellen van anekdotes of associaties ten koste van de coachee. Onderbreken en frustreren van het verhaal van de coachee

Paradoxale coaching is manipulatief. Deze aanpak moet bij voorkeur kort worden gebruikt en alleen als de coachee de coach manipuleert of dubbele boodschappen uitzendt.